Logo gemeente Deventer

Steenbrugge: gezonde leefomgeving voor mens en dier

Bij het ontwerp van de wijk Steenbrugge hoort ook het ontwerp van ‘het groen’. Hoe ziet de openbare ruimte eruit? Die vraag werd voorgelegd aan Sander Rombout, landschapsarchitect en creatief directeur van Copijn Landschapsarchitecten.

Dit bureau houdt zich bezig met ontwerpen, beplantingsplannen en de technische uitwerking daarvan. Ze werken met 18 mensen aan plannen voor veel verschillende plekken, van Paleis het Loo tot de Zuidas in Amsterdam. “Rode draad is altijd de leefomgeving gezond en groen maken,” vertelt Sander. “Dat was ook het uitgangspunt voor Steenbrugge, samen met vier uitgangspunten van de gemeente.”

 

Raamwerk

“Steenbrugge ligt op een unieke plek aan de rand van de stad,” vertelt Sander, “waarbij we wilden aansluiten bij de verschillende landschappen/gebieden eromheen. Het park, de begraafplaats en het crematorium, het bos en het agrarisch gebied.” Sander en zijn collega’s startten natuurlijk in het gebied zelf. “En we hebben de stukken bestudeerd. We maakten ook een analyse van het gebied, bijvoorbeeld wat is Sallands en hoeveel ontwerpruimte hebben we? Daarna ontstond er een visie die we verder hebben uitgewerkt. Eerst het ‘groene casco’. “Dat is als het ware het ‘raamwerk’ van de wijk en daarna zijn we bezig gegaan met de verschillende woonbuurten.”

 

Streekeigen

1 van de 4 uitgangspunten van de gemeente was ‘collectieve identiteit’. “We geven daar invulling aan door de eigenheid van streek terug te laten komen, bijvoorbeeld in de planten- en boomsoorten. En door elementen van het agrarische, het Sallandse erf, terug te laten komen. Zo zijn er rijsporen in de wegen gemaakt en parkeerplaatsen van veeroosters. Dat heeft daarnaast het voordeel dat het ‘open’ is waardoor het water beter de grond in kan. Sowieso wilden we minder en open bestrating en komen er bijvoorbeeld grasparkeerplaatsen.” Zo sluiten de verschillende ideeën vaak aan bij meerdere uitgangspunten, klimaatadaptatie is er één van. “We willen ervoor zorgen dat er voldoende schaduw is, dat niet te veel water verdampt. Maar ook dat de schaduw niet op de zonnepanelen valt. Door de bomen die we planten valt er schaduw op de straten of in de wadi. De wadi verzamelt het regenwater en werkt in combinatie met de schaduw en de wind als een koelrib tussen de buurtschappen.”

 

Sfeer

De verschillende buurten krijgen ook een eigen sfeertje. “Door net wat andere beplanting bijvoorbeeld,” licht Sander toe. Hij geeft een voorbeeld. “De begraafplaats is door tuinarchitect Leonard Springer ontworpen, niet de minste! Hier vind je parkbomen. In de buurt die het dichtst bij de begraafplaats ligt, komen net wat specialere, opvallender bomen terug. Daarmee maken we ook verbinding met de ‘havezate’ die wordt gebouwd.” 

 

Uitnodigend

Sander geeft aan dat het bij het karakter van de wijk hoort dat het niet ‘te netjes’ is. “Het mag een beetje ‘los en informeel’ zijn. Er kunnen kruiden in de bermen opkomen. Dat past bij het landelijke karakter. In de wijk kun je leren over de natuur, op ontdekking gaan! En het naastgelegen bos kan daarmee veel toevoegen. De speelplekken zullen ook uitnodigen tot ‘rommelen’. Je mag er een vieze broek krijgen!” De woonbuurten rondom het Dorp zullen dan ook een wat ‘losser’ karakter krijgen voor wat betreft de openbare ruimte. “Dat zal wel een beetje wennen zijn.” Fruit- en notenbomen krijgen ook een belangrijke plek in de wijk. “Die nodigen uit om te gaan plukken. Net zoals een akkertje met graan dat we aanleggen. We hopen dat buurtbewoners hier zelf mee aan de gang gaan. Op deze manier verbind je je met de plek en met elkaar. Zo komt de sociale interactie op gang.”

 

Bewust van je omgeving

Bij de tuinen/huizen komen groene tuinafscheidingen. “Die maken het mogelijk dat kleine zoogdieren zoals egels heen en weer kunnen lopen.” Sander hoopt dat mensen zelf in hun tuin ook aandacht geven aan groen. “Leg niet je hele tuin vol met tegels en denk bijvoorbeeld na over waar je een nestkastje plaatst. Niet in de felle zon bijvoorbeeld. En plant eens een kleine boom. Het is niet een kwestie van ‘afvinken’, maar verdiep je in de omgeving en wat die nodig heeft.”