Onderzoeken Rekenkamer
De Rekenkamer voert 2 tot 3 onderzoeken per jaar uit. Op deze pagina vind je de rapporten van uitgevoerde onderzoeken.
De Rekenkamer Deventer heeft onderzoek gedaan naar de transitie van Team Toegang Wmo en de Voor-Elkaar-Teams, de voormalige sociale teams.
Aanleiding
De Rekenkamer Deventer heeft onderzoek gedaan naar de overgang van de oude sociale teams naar twee nieuwe soorten teams in Deventer: Team Toegang Wmo en de Voor Elkaar Teams. Team Toegang Wmo helpt inwoners die individuele zorg of ondersteuning nodig hebben. De Voor Elkaar Teams werken in de wijken en richten zich op preventie en het verbinden van mensen.
De Rekenkamer heeft onderzocht hoe goed deze overgang is gegaan en wat het effect is op de inwoners van Deventer. Ze hebben hiervoor met veel mensen gesproken, zoals inwoners die hulp krijgen, medewerkers van de teams en beleidsadviseurs.
Centrale vraag van het onderzoek:
In welke mate is de transitie van de sociale teams naar Team Toegang Wmo/Voor-Elkaar Teams gerealiseerd en welk effect heeft deze transitie gehad op inwoners van de gemeente Deventer?
Belangrijkste aanbevelingen
- Maak van de Voor Elkaar Teams een zelfstandige organisatie. Geef ze een duidelijke opdracht en zorg voor goede samenwerking en opleiding.
- Stel doelen op vanuit het perspectief van de inwoner. Kijk bijvoorbeeld of mensen zich geholpen voelen en of ze op tijd ondersteuning krijgen.
- Werk beter samen en leer van elkaar. Organiseer vaker gezamenlijke momenten om te bespreken wat er beter kan.
- Maak de teams beter vindbaar en toegankelijk. Zorg dat inwoners weten waar ze terecht kunnen en sneller hulp krijgen.
Bijlagen
Je vindt alle nota's, rapporten en bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamer Deventer heeft onderzoek gedaan naar burgerparticipatie. Voor de Vereniging van Rekenkamers hebben Vincent van Stipdonk en Marije van den Berg een analyse gemaakt van 102 rekenkamerrapporten over participatie. Deze resultaten zijn nuttig voor een volgend gesprek over burgerparticipatie.
De belangrijkste inzichten uit dit onderzoek hebben we voor je op een rij gezet.
Wat is participatie?
Participatie betekent samenwerken tussen gemeente en inwoners. Alleen informatie geven is geen participatie. Bij participatie mogen inwoners echt meedenken en invloed hebben. Participatie is geen manier om mensen achteraf te laten instemmen met een besluit. Het gaat om samen beslissen.
Hoe doet Deventer het?
Deventer maakt verschil tussen twee soorten participatie: als inwoners zelf iets starten (overheidsparticipatie) of als de gemeente iets organiseert (inwonersparticipatie). In het beleid staat ook de rol van toeschouwer, maar dat is volgens het onderzoek geen echte participatie. Deventer weet dat draagvlak (instemming) niet het belangrijkste doel is. Wel moet duidelijk zijn hoe besluiten zijn genomen. Het is belangrijk om vooraf af te spreken hoe je participatie gaat beoordelen en met wie.
Wat is nodig voor goede participatie?
- Samen willen werken
- Op tijd beginnen, als er nog keuzes zijn
- Duidelijke uitleg over wat wel en niet kan
- Iedereen moet mee kunnen doen
- Terugkoppeling: wat is gedaan met de inbreng?
- Genoeg tijd, geld en mensen
- Duidelijke taakverdeling tussen raad, college en ambtenaren
Wat werkt goed?
- Goed luisteren, ook naar kritiek
- Denken vanuit inwoners, niet alleen vanuit regels
- Ruimte geven aan ideeën van inwoners
- Durven proberen en leren
- Eén aanspreekpunt voor inwoners
- Eerlijk afwegen van belangen
- Aandacht voor uitvoering
Wat is de rol van de gemeenteraad?
Raadsleden vinden het soms lastig wat hun rol is bij participatie. Vaak doen ze alleen vooraf of achteraf iets, maar het is beter als ze ook tijdens het proces betrokken zijn. De raad moet weten welke informatie nodig is om te controleren of participatie goed is gegaan. Het is belangrijk dat de raad en het college samen afspreken wie beslist over participatie en hoe dat gebeurt.
Tips voor de raad
- Vraag om richtlijnen, geen vaste regels
- Wees duidelijk over wat inwoners mogen beïnvloeden
- Blijf betrokken tijdens het hele proces
- Zorg voor blijvend contact met inwoners
- Kijk niet alleen naar resultaten, maar ook naar hoe eerlijk het proces was
- Praat regelmatig over democratie en de rol van inwoners
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
In 2025 heeft de Rekenkamer Deventer deelgenomen aan het grootschalige onderzoek naar het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing bij bedrijven en instellingen. Het onderzoek geeft inzicht over de mogelijkheden om te sturen op beide plichten. Het levert ook een bijdrage aan een nationaal onderzoek van de Algemene Rekenkamer.
Achtergrond onderzoek
De centrale onderzoeksvraag van het DoeMee-onderzoek luidt: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten?
Bevindingen van het rapport van de Algemene Rekenkamer
Op 21 november 2024 publiceerde de Algemene Rekenkamer het rapport Energiebesparingsplicht, 2008-2023. Hoge ambities, Onbekend resultaat. Hoewel al vaak werd gesteld dat de plicht niet werkte, is dat voor het eerst structureel in kaart gebracht. De minister weet niet hoeveel energie wordt bespaard door de plicht, hoeveel bedrijven voldoen aan de plicht en hoeveel controles plaatsvinden. Deels is dat het gevolg van het gedecentraliseerde systeem waarbinnen de energiebesparingsplicht wordt gehandhaafd. Deels komt het ook omdat de minister geen acties heeft ondernomen om zicht te krijgen op zaken als kosten, controles en naleving. Veel van de ingrepen van de minister en haar voorgangers om de energiebesparingsplicht te verbeteren zijn niet onderbouwd en de resultaten worden niet onderzocht.
Bevindingen van het DoeMee-onderzoek Energiebesparingsplicht
De rekenkamer heeft de conclusies uit het DoeMee-onderzoek vergeleken met de situatie in Deventer.
- Bij meer dan driekwart van de gemeenten (77%) is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. In 70% van de gemeenten is er een opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd met betrekking tot de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Aan deopdracht wordt in de meeste gevallen (92%) ook voldaan. In Deventer is de opdracht helder en is het als specifiek onderdeel in de begroting opgenomen. Tot en met 2023 is de opdracht vastgelegd in projectplannen en uitvoeringsplannen.
- Er wordt door 80% van de gemeenten gestuurd op de taken van de omgevingsdienst. Dit gebeurt meestal door voortgangsrapportages, periodieke overleggen over, of evaluatie van, de voortgang. Bij 61% van de gemeenten zijn er ook formeel afspraken gemaakt over Energiebesparingsplicht en Informatieplicht. In 46% van de gemeenten zijn hier ook kritische prestatie indicatoren (KPI’s) aan verbonden, zoals het aantal controles. De gemeente Deventer heeft afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie over de energiebesparingsplicht. Aanvullend op de bestuursrapportage is er ook nog een halfjaarlijkse evaluatie. Er zijn geen KPI’s vastgesteld.
- Ongeveer een kwart (26%) van de gemeenten vervult zelf ook nog taken. Drie gemeenten geven bijvoorbeeld aan dat zij eigen toezichthouders hebben die toezien op de niet basistaakbedrijven. Een van de gemeenten geeft hierbij aan dat zij energiegegevens opvraagt die de omgevingsdienst kan gebruiken voor toezicht en handhaving op de verplichtingen. Een aantal gemeenten geeft aan het toezicht op kantoorgebouwen die over minimaal energielabel C dienen te beschikken, zelf uit te voeren. De gemeente geeft zelf geen invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht, dit doet de Omgevingsdienst. De gemeente Deventer controleert vanuit toezicht bouw wel de Label C verplichting voor kantoren.
- Ruim een kwart van de gemeenten (27%) geeft aan dat er weleens vragen of opmerkingen vanuit de gemeenteraad zijn geweest. Vragen gingen bijvoorbeeld over de werkwijze, de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden (aantal controles, naleefgedrag) en de bereikte resultaten.
De meeste vragen over de bereikte resultaten gingen over de gerealiseerde CO2 reductie, over de hoeveelheid controles, het naleefgedrag en het type uitgevoerde maatregelen. Uit de vragenlijst blijkt dat de gemeenteraad geïnteresseerd is in het toezicht op energie en duurzaamheid. Voorbeeldvragen zijn: hoeveel controles zijn er uitgevoerd, wat waren de resultaten en welke inrichtingen zijn gecontroleerd?
Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de omgevingsdienst:
- Omgevingsdiensten hebben allemaal (gedeeltelijk) zicht op de bedrijven en instellingen die vallen onder de energiebesparings- en informatieplicht. Aan dit zicht komen zij vooral door eigen informatieverzameling, een combinatie van eigen gegevens met de gegevens van RVO.nl of een download vanuit het e-loket van RVO.nl. Als belangrijkste oorzaak waardoor de informatie (soms) ontbreekt geven de omgevingsdiensten aan dat zij geen inzicht hebben in energieverbruikgegevens van bedrijven en instellingen. Zij geven aan dat het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen om volledig inzicht te krijgen. Ook de Omgevingsdienst IJsselland heeft gedeeltelijk zicht op de bedrijven en instellingen die vallen onder de energiebesparings- en informatieplicht. Ze ondernemen de genoemde activiteiten hierboven. Daarnaast geven ze aan dat de informatie ontbreekt, omdat de bedrijven geen rapportage informatieplicht hebben ingediend. Hierdoor zijn de energiegegevens niet inzichtelijk en weet de OD niet of er sprake is van een verplichting. De OD heeft ingezet op een schriftelijke informatiecampagne en verzamelen informatie bij het regulier toezicht bij bedrijven om te kijken welke bedrijven en inrichtingen energierelevant zijn.
- Omgevingsdiensten geven aan dat het aantal controles per jaar wordt bepaald in afstemming met de gemeente/provincie en afhankelijk is van het budget dat de gemeente/provincie beschikbaar stelt voor energietoezicht- en handhaving. Ook de beschikbare capaciteit, het aantal energiebesparingplichtige bedrijven en de beschikbaarheid van aanvullende middelen (VUEregeling, SPUK-gelden zijn onderdeel van de afweging. Ook bij de Omgevingsdienst IJsselland is het afhankelijk van het beschikbare budget hoeveel bedrijven er kunnen worden gecontroleerd.
- Van 2019 tot en met 2023 is een intensivering in het aantal controles zichtbaar van 1.520 in 2019 tot 6.790 in 2023 (voor 110 gemeenten). Ook het aantal ingezette uren is in deze periode gestegen van 18.863 tot 40.550 (voor 89 gemeenten). Een groot deel van de omgevingsdiensten (44%) geeft aan tussen de 5 en 10 jaar nodig te hebben om alle bedrijven en instellingen te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. Bij de Omgevingsdienst IJsselland is er ook sprake van een toename van het aantal controles. De OD heeft aangegeven dat ze 5-10 jaar nodig heeft vanaf de start van de werkzaamheden om alle bedrijven en instellingen te controleren. De inschatting is dat in 2026 het merendeel van de bedrijven is gecontroleerd.
- Meer dan de helft van de omgevingsdiensten (55%) geeft aan geen zicht te hebben op het energiebesparingspotentieel van bedrijven en instellingen in de betreffende gemeente of provincie. Een klein deel van de omgevingsdiensten (14%) kan een indicatie geven van het energiebesparingspotentieel op basis van de informatieplicht. In de vragenlijst geeft de Omgevingsdienst IJsselland aan dat zij niet weten of zij zicht hebben op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven en instellingen.
Aanbevelingen
Op basis van de bevindingen uit het rapport doet de rekenkamer de volgende aanbevelingen om de energiebesparingsplicht en informatieplicht bij de omgevingsdienst IJsselland / Gemeente Deventer te verbeteren:
- Krijg meer zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht en krijg zich op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven/instellingen.
- Blijf de gemeenteraad informeren over de uitvoering van de informatieplicht- en energiebesparingsplicht.
- Deel de resultaten over het toezicht op kantoorgebouwen en bepaal hoeveel besparingspotentieel er nog in de kantoorgebouwen in Deventer zit.
- Breng de zorgen en wensen over de uitvoering van de energiebesparingsplicht over aan het ministerie van Klimaat en Groene Groei.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
Deventer is een toegankelijke gemeente, zonder drempels zowel in letterlijk als figuurlijke zin. Onderdeel hiervan is het vergroten van de toegankelijkheid van publieke voorzieningen, waaronder stemlokalen. De Rekenkamer Deventer heeft de toegankelijkheid van de stemlokalen bij de Europese Parlementsverkiezing op 6 juni 2024 getoetst.
Aanleiding
Bij de verkiezingen van 6 juni 2024 had de gemeente Deventer 57 stemlokalen en deze zijn allemaal bezocht. Aan de hand van een checklist is getoetst hoe toegankelijk deze zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met Stichting Fooruit, Saxion Stadslab en Opiniepijlers.
Het doel van dit onderzoek is de gemeenteraad inzicht te geven in de toegankelijkheid van de stemlokalen in de gemeente Deventer voor mensen met een lichamelijke beperking.
Aanbevelingen
Op basis van de conclusies en het bijgevoegde rapport heeft de Rekenkamer de volgende aanbevelingen geformuleerd:
Zorg op korte termijn voor meer toegankelijke stemlokalen
Verlaag drempels voor kiezers met een lichamelijke beperking door bij de eerstvolgende verkiezing meer stemlokalen toegankelijk te maken. Richt je allereerst op de gebouwen die met beperkte extra maatregelen (meer) toegankelijk kunnen worden.
Maak een plan van aanpak voor de eerstkomende verkiezing met aandacht van het oplossen van de meest voorkomende knelpunten (zoals te hoge drempels), een checklist met de logistieke partner, betrekken van de stembureauleden, een eenduidige communicatie, nulmeting, borging van de toegankelijkheidscriteria in de organisatie en spreiding van de stemlokalen.
Streef op de langere termijn naar 100% toegankelijkheid
Begin bij de panden in gemeentelijk bezit en voer daar zoveel mogelijk permanente toegankelijkheidsmaatregelen door. Zo kan het aantal permanent toegankelijke locaties die op de korte termijn zijn gerealiseerd worden uitgebreid. Ga in gesprek met pandeigenaren over permanente maatregelen of zoek een andere locatie voor het stembureau.
Controleer steekproefsgewijs de stemlokalen tijdens verkiezingen
De dag van de verkiezingen is het moment dat alle stemlokalen toegankelijk moeten zijn en elke stemmer zelfstandig moet kunnen stemmen. Om de criteria voor toegankelijkheid van stemlokalen te verankeren in de gemeentelijke organisatie wordt geadviseerd om steekproefsgewijs de stemlokalen te toetsen. Een suggestie vanuit de rekenkamer is om dit samen te doen met ervaringsdeskundigen van Stichting Fooruit.
Betrek stembureauleden meer bij de organisatie
De stembureauleden zijn de ervaringsdeskundigen, de oren en ogen van de gemeente; zij praten met stemmers en weten wat er speelt. Het is belangrijk om de stembureauleden vooraf te informeren over de toegankelijkheidscriteria en achteraf met ze te evalueren om de toegankelijkheid – indien nodig – in de toekomst te verbeteren. Zij hebben veel dingen snel opgelost, bijv. de verplichte stoelen in de ruimte. De Rekenkamer begrijpt dat de gemeente hier al invulling aangeeft, maar vraagt om hier nog meer aandacht aan te besteden. Vraag concreet hoe zij vinden dat de toegankelijkheid kan worden verbeterd en wat zij horen van kiezers.
Informeer de gemeenteraad over de toegankelijkheid
Het is wettelijk verplicht om de gemeenteraad te informeren over wanneer stemlokalen niet toegankelijk zijn. De afgelopen verkiezing heeft het college van B&W de gemeenteraad niet geïnformeerd over dat ten minste één stemlokaal volgens het college van B&W niet toegankelijk was voor kiezers met een lichamelijke beperking. Bepaal nadrukkelijk als gemeente van tevoren welke stembureaus wel toegankelijk zijn en welke niet, om daarmee de raad en inwoners juist en tijdig te informeren.
Conclusie
De gemeente Deventer heeft de ambitie uitgesproken dat iedereen in Deventer mee moet kunnen doen en dat Deventer een toegankelijke gemeente, zonder drempels is. Met dit onderzoek concludeert de rekenkamer Deventer dat Deventer op het gebied van stemlokalen niet zonder drempels is. Op dit moment moeten stemmers met een beperking een (fysieke) drempel over om te stemmen. De Rekenkamer vindt daarom dat er op korte termijn stappen moeten worden gezet om stemlokalen toegankelijker te maken.
De Rekenkamer is blij dat het college van B&W de aanbevelingen en conclusies omarmt en dat het college de komende periode gaat doorpakken. Het college van B&W geeft aan dat het praktisch gezien niet haalbaar is om 100% toegankelijke stemlokalen te hebben. Ondanks dat 100% volgens het college niet haalbaar is, is het wel belangrijk om een realistisch doel te stellen en de raad te informeren over waarom stemlokalen niet toegankelijk zijn.
Tot slot erkent de Rekenkamer de belangrijke rol van vrijwilligers, maar heeft geen onderzoek gedaan naar hoe stembureauleden invulling geven aan hun rol. De (wettelijke) basis blijft dat kiezers met een lichamelijke beperking zoveel mogelijk hun stem zelfstandig kunnen uitbrengen.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De beleidscyclus bestaat uit verschillende stappen. Eerst wordt het beleid voorbereid en opgesteld. Na de besluitvorming wordt het uitgevoerd. Tot slot wordt gekeken hoe goed het beleid heeft gewerkt. De Rekenkamer Deventer heeft onderzoek gedaan naar die laatste stap: het evalueren van het beleid.
Aanleiding
Om haar controlerende en kaderstellende rol goed te kunnen uitvoeren heeft de gemeenteraad de juiste informatie nodig over de beoogde en gerealiseerde doeltreffendheid van beleid. De raad kan aan de hand van deze informatie de beoogde maatschappelijke effecten/doelen vaststellen en nadien bepalen of de maatschappelijke doelen die zij gesteld heeft ook daadwerkelijk worden behaald. Vervolgens kan zij deze informatie ook inzetten om de kaders eventueel bij te stellen en anders vorm te geven.
Taakuitvoering gemeenteraad als onderdeel van de beleidscyclus
Aan beleid ligt de zogeheten beleidscyclus ten grondslag: het beleid wordt voorbereid en vervolgens geformuleerd. Na besluitvorming wordt het beleid uitgevoerd en tot slot wordt het beleid geëvalueerd. Afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie, wordt deze idealiter- meegenomen in een -eventuele- volgende cyclus.
Om de raad te ondersteunen in haar kaderstellende en controlerende taak, heeft de Rekenkamer opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de manier waarop de gemeente Deventer de doeltreffendheid van haar beleid vaststelt, nadien evalueert en op welke wijze de raad in dit proces wordt meegenomen en een stem heeft.
Aanbevelingen aan de gemeenteraad
Uit het onderzoek zijn de volgende aanbevelingen gekomen met betrekking tot beleidsontwikkeling en- bijstelling:
- Wees bij het beoordelen van beleidsnota’s alert op onduidelijk -of zelfs verhullend- taalgebruik; begripsbeschrijvingen mogen niet multi-interpretabel zijn. Waar synoniemen voor eerder gedefinieerde begrippen worden gebruikt moet duidelijk zijn dat hier hetzelfde wordt bedoeld.
- Check of wat als ‘doel’ gebracht wordt, ook werkelijk een ‘doel’ is (en bijvoorbeeld niet een weg waarlangs een doel bereikt denkt te gaan worden). Werk waardienstig, bijvoorbeeld bij langdurige en/of complexe processen (ook) met tussendoelen. Zorg er daarbij voor dat deze als zodanig herkenbaar zijn.
- Vraag om SMART gedefinieerde doelen en, waar deze worden gepresenteerd, SMART gedefinieerde tussendoelen.
- Wees alert op signalen vanuit de inwoners van Deventer. Doe dit niet alleen ‘passief’ maar ook ‘actief’ (raadpleging, bijvoorbeeld via het Deventer DigiPanel).
Uit het onderzoek zijn de volgende aanbevelingen gekomen met betrekking tot beleidsevaluatie:
- Ga bij elk beleidsinitiatief na of daarbij voorzien is in effectevaluatie, dan wel dat daar beargumenteerd van af wordt gezien.
Aanbevelingen aan het college van Burgemeester & Wethouders
Uit het onderzoek zijn de volgende aanbevelingen gekomen met betrekking tot beleidsontwikkeling en- bijstelling:
- Formuleer beleidsdoelen, tussendoelen en proxy’s SMART.
- Beoordeel bij elk beleidsinitiatief de wenselijkheid, vorm en frequentie van effectevaluatie.
- Overweeg de toepassing van ‘ex durante evaluaties’. Dit soort evaluaties is doorgaans leerzamer dan ex post evaluaties. Je kunt van het beleidsproces zo een leerproces maken, vergelijkbaar met incrementele innovatie in het bedrijfsleven.
- Werk bij complexe en/of langdurige beleidstrajecten met tussendoelen.
- Heb aandacht voor het ‘burgerperspectief’
Uit het onderzoek zijn de volgende aanbevelingen gekomen met betrekking tot beleidsevaluatie:
- Bepaal voor elk beleidsveld een set van variabelen met behulp waarvan de (middel)langetermijndoelen, tussendoelen en proxy’s op hun realisatie gevolgd kunnen worden.
- Beoordeel wat aan evaluaties beschikbaar komt op hun functionaliteit voor de kaderstellende en controlerende rol van de raad en voorzie de raad (dus) niet (ongevraagd) van meer informatie dan zij strikt nodig heeft voor de uitvoering van haar taken.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamer heeft een onderzoek uitgevoerd naar de warmtetransitie. Met dit onderzoek wil zij zicht krijgen op de omstandigheden en factoren die inwoners helpen of juist belemmeren om tot het treffen van energiemaatregelen over te gaan.
Aanleiding
De warmtetransitie is, naast een klimaatvraagstuk, ook een belangrijk maatschappelijk vraagstuk, waarbij veel wordt gevraagd van inwoners van de gemeente Deventer. Dit heeft de Rekenkamer doen besluiten om het onderzoek vanuit het perspectief van de inwoner te benaderen. Dit onderzoek is daarmee een kwalitatief onderzoek naar wat voor inwoners belangrijk is om over te gaan tot het nemen van energiezuinige maatregelen thuis. Wat is voor inwoners belangrijk? Hoe voelen zij zich ondersteund, geïnformeerd en gestimuleerd door de gemeente Deventer? Wat merken zij van de warmtetransitie?
Opzet van het onderzoek
De rekenkamer Deventer heeft het adviesbureau Duneworks gevraagd om bovengenoemde vragen te beantwoorden. Voor dit onderzoek heeft Duneworks gesprekken gevoerd met inwoners in twee wijken, namelijk Zandweerd en Voorstad. Deze wijken lijken veel op elkaar, maar verschillen tegelijkertijd waar
het erom gaat of er al dan niet een wijkuitvoeringsplan (WUP) is opgesteld.
Conclusies
Inwoners in de onderzochte wijken merken niet genoeg van het beleid van de gemeente. De warmtevisie en de maatregelen die daaruit voortkomen zijn tot dusver onvoldoende doeltreffend en doelmatig om alle inwoners mee te krijgen in de energietransitie. Gezien de verkennende aard van het onderzoek is deze conclusie volgens de onderzoekers vooral een uitnodiging tot verdere reflectie van gemeenteraad en ambtenaren hierop. Het beleid biedt volgens het onderzoek al kaders om participatie in al haar vormen effectiever te faciliteren. Bovendien is er enthousiasme in de wijken om zaken aan te pakken en is er gedrevenheid onder de gemeentelijke werkers. De onderzoekers concluderen dan ook dat met aandacht voor de genoemde struikelblokken én het handelingsvermogen van bewoners belangrijke stappen naar schone warmte kan worden gezet.
Adviesbureau Duneworks heeft waardevolle aanbevelingen gedaan om rekening mee te houden in het toekomstig beleid van de gemeente Deventer en de rekenkamer Deventer omarmt deze aanbevelingen.
Aanbevelingen
- Verwerk de aanbevelingen in het participatiebeleid van de gemeente Deventer.
- Treed op korte termijn in gesprek met de woningbouwcoöperaties.
- Deventer telt 103.415 inwoners en elke inwoner is uniek. Pas daar de communicatie op aan.
- Werk als gemeente in de warmtetransitie van buiten naar binnen.
- Maak de gemeentelijke communicatie toegankelijker en vindbaarder.
Tot slot
Op basis van de bevindingen concludeert de Rekenkamer dat er nog onvoldoende aansluiting is tussen het beleid en wat inwoners nodig hebben. Hierdoor krijgt de gemeente niet alle inwoners mee in de noodzakelijke warmtetransitie. Deze belangrijke conclusie is daarmee een uitnodiging aan de gemeenteraad en het college om hier gezamenlijk op te reflecteren.
De Rekenkamer ziet de warmtetransitie als een gezamenlijke zoektocht op verschillende vlakken. Het belangrijkste vraagstuk hierbij is niet alleen hoe de overheid haar inwoner vindt en tot gedragsverandering aan zet, maar net zo goed hoe de inwoner haar overheid vindt. Dit onderzoek biedt belangrijke inzichten en handvatten om de systeemwereld en de belevingswereld van inwoners dichter bij elkaar te brengen.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamer Deventer heeft samen met de Rekenkamers van de gemeenten Brummen, Voorst, Apeldoorn, Epe, Heerde, Zutphen en Lochem onderzoek gedaan naar de Regio Stedendriehoek, voorheen de Cleantech Regio.
Aanleiding
De Regio Stedendriehoek – voorheen de Cleantech Regio – bestaat uit 8 deelnemende gemeenten. Dit zijn: Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. Samen werken zij aan het versterken en verduurzamen van de regio. De rekenkamer(commissie)s van de deelnemende gemeenten hebben besloten om onderzoek uit te voeren naar de Regio Stedendriehoek: welke doelen zijn er door de partners gesteld, hoe is de samenwerking opgesteld en welke resultaten levert de samenwerking op? Daarbij hebben de samenwerkende rekenkamer(commissie)s ook interesse in de invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de raden.
Conclusies
De regio heeft de laatste jaren belangrijke stappen gezet. De governance is verduidelijkt. De samenwerkingsagenda wordt meer gedragen door de deelnemende gemeenten en is realistischer. De mogelijkheid om de raden meer in positie te brengen met de regionale adviescommissie wordt opgepakt. Er wordt geïnvesteerd in de werkorganisatie zodat regionale opgaven voortvarender kunnen worden opgepakt. En door de samenwerking komt de woondeal tot stand, wordt met de Regio Deal geld in de regio geïnvesteerd en worden concrete projecten verspreid over de regio uitgevoerd. De regionale samenwerking in de Stedendriehoek wordt doeltreffender en doelmatiger. Maar is nog niet doeltreffend en doelmatig genoeg. Wat dat betreft is de samenwerking volop in ontwikkeling en moeten in de toekomst de vruchten daarvan zichtbaar en geplukt worden.
Aanbevelingen
In dit onderzoek worden 6 aanbevelingen gedaan.
- Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – vorm te geven aan het regioverhaal.
- Ga als raad de samenwerking aan met andere raden om te zorgen dat de raadsadviescommissie de goede vorm krijgt.
- Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – de programmatische sturing door te ontwikkelen. Borg daarbij dat de werkorganisatie niet te veel op afstand komt te staan van de ambtelijke organisaties van de gemeenten.
- Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – te werken aan het betrekken van ondernemers bij de samenwerking.
- Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – resultaten en meerwaarde voelbaar en zichtbaar te maken en uit te dragen.
- Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – een plan van aanpak te maken voor het opvolgen van de aanbevelingen en hierover periodiek terug te koppelen.
Rekenkamer Deventer
De Rekenkamer van Deventer is een onafhankelijk orgaan dat de gemeenteraad ondersteunt bij zijn controlerende taak en die onderzoekt of het gemeentelijk beleid goed is uitgevoerd en het gewenste effect heeft gehad.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
Met het DoeMee-onderzoek wil de Rekenkamer inzichtelijk maken hoe klachtbehandeling binnen de gemeente Deventer is georganiseerd en hoe de volksvertegenwoordiging daarover wordt geïnformeerd. Ook geeft het onderzoek inzicht in de manier waarop verbonden partijen/gemeenschappelijke regelingen omgaan met klachten.
Achtergrond onderzoek
De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek is: ‘Op welke wijze geven decentrale overheden beleidsmatig en organisatorisch vorm aan de behandeling van klachten, tot welke resultaten leidt dit beleid en op welke wijze wordt hierover gerapporteerd aan de raad, Provinciale Staten of algemeen bestuur?’
Het DoeMee-onderzoek heeft onderzoeksvragen opgesteld en deze richten zich op de volgende vier thema’s:
- Beleidsmatige en organisatorische opzet van de klachtbehandeling
- Resultaten en leren van klachtbehandeling
- Informatievoorziening richting volksvertegenwoordiging
- Klachtbehandeling bij verbonden partijen
Algemene conclusie
De Rekenkamer concludeert uit het DoeMee-onderzoek dat Deventer serieus omgaat met klachten in de eerste en tweede lijn. De gemeente heeft een centraal meldpunt, klachten worden geregistreerd, automatisch doorgestuurd naar het verantwoordelijke organisatieonderdeel, er is een klachtcoördinator, er vindt een persoonlijk gesprek plaats met de klager en er wordt ingezet op informele klachtenbehandeling. Dit onderzoek is een bevestiging van dat de gemeente Deventer inzet op kwalitatieve goede klachtbehandeling. In de aanbevelingen benoemt de Rekenkamer nog enkele aandachtspunten.
Aanbevelingen
In het rapport van de NVRR worden verschillende aanbevelingen gedaan aan overheden om klachtbehandeling te verbeteren. De Rekenkamer Deventer benoemt hieronder de relevante aanbevelingen uit het rapport en voegt hier eigen aanbevelingen aan toe:
- Stel doelstellingen en een toetsingskader op
- Maak het leren van klachten tot een structureel proces en informeer de gemeenteraad
- Maak concrete afspraken met verbonden partijen over klachtbehandeling
Ook wordt aanbevolen om de informatie over klachtbehandeling bij de verbonden partijen te integreren in de eigen informatievoorziening richting de volksvertegenwoordiging. Bij voorkeur gebeurt dit in het genoemde jaarverslag klachten. Dit hoeven geen uitgebreide rapportage te zijn, maar de
hoofdpunten uit het jaarverslag (aantal en aard van de klachten en eventuele lessen).
De Rekenkamer wil extra aandacht vragen voor de Omgevingsdienst, uit de cijfers blijkt dat de Omgevingsdienst geen enkele klacht heeft ontvangen tussen 2019-2022. Dit roept vragen bij de Rekenkamer op: zijn alle klachten informeel afgehandeld of is de klachtenregeling slecht vindbaar?
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het cultuuraanbod en cultuurbeleid van de gemeente Deventer. Onderzocht is of de ambities en het bestaande cultuuraanbod passen bij de huidige en toekomstige bevolkingsomvang van de gemeente Deventer.
Aanleiding
De laatste jaren is er veel discussie geweest in de gemeente Deventer rond het cultuurbeleid, het vaststellen van een visie en een eventuele begroting die past bij deze visie. Dit is de aanleiding geweest voor de rekenkamer Deventer om het cultuurbeleid- en aanbod te analyseren.
Conclusies
De rekenkamer concludeert dat de gemeente Deventer de culturele basis op orde heeft voor de huidige en toekomstige bevolkingsomvang. Deventer scoort hoog op het culturele aanbod in vergelijking tot andere gemeenten. Uit de peiling en de interviews blijkt dat inwoners en culturele instellingen over het algemeen tevreden zijn over het aanbod. Een aandachtspunt blijft de inclusiviteit. Wie wordt er bereikt met het culturele aanbod en wordt elke inwoner voldoende bereikt?
Deventer heeft de ambitie om te groeien door zich te focussen op de creatieve stedeling en vitale ouderen. Onduidelijk is wat deze doelgroep graag voor cultureel aanbod wil hebben en of het huidige aanbod past bij deze doelgroep.
Aanbevelingen
Om Deventer aantrekkelijker te maken voor jonge inwoners, zou cultuurbeleid beter gekoppeld moeten worden aan andere beleidsterreinen zoals mobiliteit, duurzaamheid en economie. Daarnaast zouden de maatschappelijke opbrengsten van cultuur inzichtelijker gemaakt worden zodat die belangrijker worden in discussies. Nu gaan discussies nog te vaak alleen over de financiële kant van cultuur. Ook beveelt de Rekenkamer aan om het publieksbereik beter te monitoren en de vraag te beantwoorden hoe het aanbod elkaar kan versterken in de regio.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamer van Deventer heeft meegewerkt aan een landelijk onderzoek naar de praktijk van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Op basis van de vergelijking tussen de gemeente Deventer en de landelijke bevindingen is een aantal aanbevelingen opgesteld.
Openbaarheid van informatie is een voorwaarde voor een transparante, goede en zorgvuldige democratische besluitvorming. Deze openbaarheid vergt blijvende aandacht en gaat met de inwerkingtreding per 1 mei 2022 van de Wet open overheid nadrukkelijk extra aandacht vragen.
De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek luidt: ‘Hoe geven de decentrale overheden vorm aan de afhandeling van Wob-verzoeken, in hoeverre gebeurt dit rechtmatig, hoe wordt hierover verantwoording afgelegd, hoe is actieve openbaarmaking geregeld en hoe verhoudt zich dat tot de eisen die de Wet open overheid straks gaat stellen?’
5 thema's
Het DoeMee-onderzoek besteedt aandacht aan een vijftal thema’s:
- Het voor de behandeling van Wob-verzoeken vastgestelde beleid en de organisatie-inrichting
- De behandeling van Wob-verzoeken
- De rechtsbescherming
- De verantwoording aan de volksvertegenwoordiging over Wob-verzoeken
- De actieve openbaarheid, mede in het licht van de komst van de Wet open overheid per 1 mei 2022.
Onderzoeksactiviteiten
Het DoeMee-onderzoek is uitgevoerd door Pro Facto en de onderzoeksactiviteiten bestonden uit interviews, documentenstudie, dossierstudie, vragenlijstonderzoek, websiteonderzoek, jurisprudentieonderzoek en focusgroepen met volksvertegenwoordigers. Aan het onderzoek namen acht provinciale rekenkamers, de rekenkamercommissies van twee waterschappen en 83 gemeentelijke rekenkamer(commissie)s deel.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar digitale dienstverlening. Onderzocht is of alle bevolkingsgroepen goed worden bediend en of de informatie die bewoners nodig hebben, vindbaar, actueel, relevant en begrijpelijk is.
Klantreizen
De nadruk in het onderzoek ligt op de gemeentelijke website, de ervaringen van inwoners met de website en de wijze waarop de organisatie de digitale dienstverlening via de website inricht. Om de toegankelijkheid van de digitale dienstverlening te kunnen beoordelen zijn klantreizen uitgevoerd met inwoners van de gemeente Deventer.
Conclusies
De Rekenkamer concludeert dat er veel informatie op de website staat waardoor de informatie voor gebruikers niet altijd overzichtelijk is. Ook is er veel aandacht voor de toegankelijkheid van de website, zowel in de vormgeving als in taalgebruik, ook voor digitaal minder vaardige of laaggeletterde inwoners.
Aanbevelingen
De rekenkamer heeft op basis van de bevindingen uit het rapport aanbevelingen opgesteld. Ze stellen onder andere voor de visie op digitale dienstverlening te actualiseren, de hoeveelheid informatie op de website te heroverwegen en de toegankelijkheid van de website te verbeteren. De toegankelijkheid van de website kan worden verbeterd door de site na te lopen op ambtelijk taalgebruik, de hoeveelheid van informatie op de pagina´s en het consequent gebruiken van dezelfde termen.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar zorgfraude in de jeugdzorg. Onderzocht is hoe kwetsbaar de gemeente voor zorgfraude is en welke maatregelen zij neemt om zorgfraude te bestrijden.
De rekenkamer Deventer heeft besloten tot onderzoek naar zorgfraude in de jeugdzorg. De jeugdzorg is een werkterrein met kwetsbare personen en hoge budgetten. Het gaat om de juiste zorg voor inwoners, maar tegelijkertijd ook om fraudebestrijding en kostenbeheersing.
Aanleiding
Alle gemeenten zijn kwetsbaar voor zorgaanbieders die met verkeerde intenties hun weg zoeken naar de beperkte middelen die de lokale overheid beschikbaar heeft voor o.a. de Jeugdzorg en de Wmo. Dit was één van de voornaamste redenen om te onderzoeken welke maatregelen de gemeente Deventer neemt om zorgfraude tegen te gaan en inzicht te geven in de kwetsbaarheid van de gemeente voor zorgfraude.
Onderzoek
Het rapport van de rekenkamer bevat een drietal hoofdconclusies:
- De Deventer aanpak in de jeugdzorg reduceert op tal van beleidsmatige en organisatorische manieren de gelegenheid tot zorgfraude in de gemeente Deventer.
- In Deventer geen sprake is van gelegenheidsstructuren voor zorgfraude in de jeugdzorg. De Wmo-zorg is minder beheersbaar.
- Zorgfraude weinig tot geen gestalte krijgt op het terrein van de jeugdwet in Deventer, maar de lijn tussen oneigenlijk gebruik en zorgfraude diffuus is.
Aanbevelingen
De belangrijkste aanbevelingen van de rekenkamer zijn:
- Organiseer rechtmatigheidstoezicht in de jeugdzorg. Een toezichthouder kan een onderzoek instellen naar signalen van zorgfraude en vergroot de kans om zorgfraude op te sporen.
- Versterk de informatievoorziening over zorgfraude. Stel het Meldpunt Zorg ook open voor signalen uit jeugdzorg en communiceer dit naar inwoners, cliënten en zorgprofessionals.
- Reflecteer en identificeer lessen uit de vergelijking tussen de Wmo en jeugdzorg. In de Wmo-zorg wordt in tegenstelling tot de jeugdzorg met een veelheid aan aanbieders gewerkt (130), met als gevolg dat het ingewikkelder is om toezicht te houden. Weeg als raad nadrukkelijker de keuzevrijheid van de client af tegen de beheersbaarheid van het aantal aanbieders in de Wmo-zorg.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
Het is aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over het doorgaan al dan stoppen van de ontwikkeling van het S/park. De Rekenkamer ondersteunt de raad door middel van een rekenkamerbrief. Hierin staan onder andere kansen en risico’s van het S-Park en sturingsruimte voor de raad beschreven.
De gemeente Deventer werkt sinds 1 januari 2018 samen met Nouryon en HMO aan de ontwikkeling van het S/Park. In de overeenkomst is een "go - no go" moment voorzien voor het einde van 2020 en besluitvorming uiterlijk drie maanden daarna door de gemeenteraad. De raad heeft adequate en objectieve informatie nodig om een zorgvuldige politieke afweging te kunnen maken. De rekenkamer zal de raad deze ondersteuning bieden door middel van een rekenkamerbrief en organiseert ook een panelgesprek met externe deskundigen.
Doelstelling
Het doel van de rekenkamerbrief is om inzicht te bieden in de informatie die de gemeenteraad nodig heeft om tot een zorgvuldige afweging te komen. Ook schetst de Rekenkamer een overzicht van de kansen en risico's van "go" of "no go". Zo zal worden gekeken naar de termijn en haalbaarheid, de sturingsruimte van de raad, naar kansen en risico's en de financiële consequenties hiervan.
Bijlage
De Rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan naar onderwijshuisvesting. Deventer is verantwoordelijk voor de huisvesting van ruim 50 scholen. Door het onderzoek krijgt de gemeenteraad meer inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente. Ook geeft het onderzoek een schets van voorziene risico’s en kansen in de toekomst.
Aanleiding
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs. De zorg voor de gebouwen ligt echter niet meer bij de gemeente alleen. Schoolbesturen zijn sinds een aantal jaar verantwoordelijk voor het binnen- en buitenonderhoud van de schoolgebouwen. Wijzigingen in regelgeving, financiering en de dynamiek in leerlingenstromen maken onderwijshuisvesting complex.
Onderzoek
Om meer zicht te krijgen op het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente heeft de rekenkamercommissie Deventer Regioplan Beleidsonderzoek gevraagd om een onderzoek uit te voeren. De centrale vraag van het onderzoek is “in hoeverre het beleid voor onderwijshuisvesting van de gemeente Deventer en de uitvoering doeltreffend en doelmatig is”.
Doeltreffend
Uitgaande van een beleidsarme doelstelling met een sobere en adequate onderwijshuisvesting als uitgangspunt, geldt dat de onderwijshuisvesting doeltreffend is. Waar dat niet het geval is, met name de vmbo-afdeling van het Etty Hillesum, wordt gewerkt aan een oplossing. Een vraag is wel in hoeverre het uitgangspunt sober en adequaat voldoende is en of die ambitie moet en kan worden bijgesteld.
Doelmatig
Over de doelmatigheid concludeert de Rekenkamercommissie dat er over het geheel geen onder- of overbesteding is ten opzichte van het ijkpunt gemeentefonds en dat de nettolasten vergelijkbaar zijn met de refentiegemeenten. Wel ziet de commissie kansen voor verbetering in het bestijden van de leegstand en het doorlopen van de procedures.
Aanbevelingen
De Rekenkamercommissie doet een aantal aanbevelingen, waaronder het in het beeld brengen van de lange termijn behoefte. Ook beveelt de commissie aan om een beleidsvisie op te stellen en aandacht te besteden aan inhoudelijke thema’s en ambities. Het College heeft laten weten zich te herkennen in de conclusies en de aanbevelingen ter harte te nemen in de uitwerking van een Integraal Huisvestingsplan. Dit plan wordt naar verwachting in het voorjaar van 2021 aan de raad aangeboden.
Rekenkamercommissie Deventer
De Rekenkamercommissie bestaat uit externe leden en raadsleden. De Rekenkamercommissie doet onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. De commissie kan de raad ondersteunen bij het tot stand komen van beleid. Voorbeelden hiervan zijn: helpen bij het ontwikkelen van de beleids-monitor, ondersteunen bij vraagformulering van een raadsonderzoek, of het in beeld brengen van consequenties van nieuwe wetgeving.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).
De Rekenkamercommissie (RKC) heeft onderzoek gedaan naar het A1 Bedrijvenpark. Het onderzoeksrapport is tweeledig, namelijk de raad inzicht te geven in de haalbaarheid van de ambities van het A1 Bedrijvenpark en daarnaast de raad inzicht te geven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gemeentelijke (acquisitie-) beleid van het A1 bedrijvenpark. Woensdag 6 november 2019 werd het onderzoek aangeboden aan de gemeenteraad.
Conclusies
Eén van de conclusies die de RKC trekt is dat de aanpak van de acquisitie als professioneel kan worden gekwalificeerd, zowel digitaal als fysiek en in termen van activiteiten. Het onderzoek maakt ook duidelijk dat de aanpak in Deventer niet onder deed voor die in een aantal referentiegemeenten.
Wat betreft de ambities van het A1 bedrijvenpark, concludeert de RKC dat de oorspronkelijke ambities, met uitzondering van het duurzaam bedrijventerrein, niet zijn gehaald. De bijgestelde ambitie m.b.t. het uitgiftetempo wordt naar verwachting wel gehaald.
Aanbevelingen
In opdracht van de RKC, is het onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van Bureau Buiten. Het bureau komt naast een nota van bevindingen met acht aanbevelingen. De aanbevelingen gaan onder andere over verruimen van doelgroepen, het werken vanuit een gezamenlijk loket en het ongewijzigd voortzetten van de acquisitie.
Bijlagen
Je vindt alle bijlagen van het onderzoek op deventer.raadsinformatie.nl(Verwijst naar een externe website).