Huidige Deventer Dichter: Karijn Kats

Karijn Kats is de Deventer Dichter van 2026-2028. Zij zal 2 jaar lang gevraagd en ongevraagd gedichten schrijven, publiceren en ten gehore brengen. 

Karijn Kats is dichter, tekstschrijver en schrijfdocent.

Ze wil inspireren en troost bieden, woorden geven aan de emoties van de inwoners. Waarvan ze het leukst vindt dat die enerzijds zo nuchter zijn en anderzijds zo trots als het op hun stad aankomt. Want dat is ze zelf ook, van de gemeentelijke veegwagens tot de telecomkabels die uit de grond piepen. 

Wie zich wars van de clichés richt op zulke details weet ongetwijfeld de inwoners van Deventer te verrassen met andere perspectieven.

Gedichten van Karijn Kats

Ik vind je zo mooi als je wakker wordt
als je de zon mondjesmaat toelaat
zodat je klinkers kunnen drogen
als je de wind laat waaien door het steegje
waar vannacht nog tongen naar de liefde tastten

als de gemeentewagen schoonveegt wat je gister hebt beleefd
een fles laat rinkelen over straat
als een kabel weerloos uit je bodem piept
wordt toegedekt door man in gele hes
als het pontje de eerste toeristen brengt
jij nog één keer in de spiegel kijkt
zij vragen naar de Treurnietsgang.

Ik moet het hoofd gaan bieden
aan hittestress en natte voeten
afkicken van mijn zware gasverslaving
maar wel creatief omgaan met een gebrek aan energie
ik moet vergroenen en asfalteren
ik moet zorgen voor een grijze golf
terwijl mijn kroost het nest verlaat
ik moet uitdijen
toch niet dik worden
ik moet verdichten
maar niet verstoppen
ik moet wel de mooiste zijn
maar niet het spotlicht pakken

ik moet een parel in de luwte zijn.

Je hoort: er wordt van alles van mij verlangd
maar wat me toch telkens weer verbaast
aan mij wordt nooit gevraagd
hoe ik mijn toekomst zie

sinds ik tot leven kwam, heb ik gezwegen,
mijn mening niet gegeven over
Hanzerechten, de dubbelstad of fietssnelwegen
Vikingen, Spanjaarden of Fransen
in stilte heb ik ze ondergaan
ik ben verwoest en weer herrezen

ik heb altijd wat ik was
gemixt met dat wat komen ging
ik ben vloeibaar en massief,
meebewegen is mijn kracht,
eigenlijk het enige
dat ik kan
maar ik ben niet karakterloos

dus nu ik opnieuw zal transformeren
wordt het toch eens tijd dat ik blijk geef
van wat ik koester, wie ik wil blijven zijn.

Ik wil heus mooi zijn
maar laat mij rebelleren
tegen een aangeharkt bestaan

ik wil heus efficiënter opereren
maar laat mij niet standaardiseren
tot ik tiktokrijen krijg

ik wil heus innoveren in hubs en labs
maar laat mij alleen experimenteren
als het ook mislukken mag

ik wil heus een baken blijven
voor elke bloedverwant
maar laat mij iedereen welkom heten
ook gelukzoekers uit Amsterdam.

De droogte houdt je wakker deze nacht
de nieuwsapp meldt alweer een dichte sluis,
een pontbaas in het rood, meer schepen uit de vaart,
en vissen sterven sparteldood

het wordt steeds erger
en het gaat sneller dan gedacht

dan valt je oog op een citaat:
‘de Zwitsers houden water achter’
je veert op, maar je zucht naar een  
zondebok blijkt het begin van een doomscroll
down the rabbit hole
wat blijkt: de Zwitsers doen niks geks
de gletsjers smolten vroeg dit jaar
ze sparen beetjes van wat rest
zij hebben baden met een stop,
wij niet, wij hebben een vergiet
als bodem  

maar wat niet is, kan altijd komen,
de Zwitsers zitten bij de bron,
en wateroorlogen bestaan,
sterker nog je leest
‘water bedreigt de wereldvrede’

het wordt steeds erger
en alles gaat sneller dan gedacht
het is twee voor twaalf om drie uur ’s nachts
morgen start je een beweging, schud jij de mensen wakker!

De dag erna, aan de oever van de IJssel:
de warmte zindert traag boven het wateroppervlak
je hoort geklapwiek van een skiff
er zwemt een eend voorbij
en verder is er
niets
zo mooi en kalm
heb je nog nooit gezien
en ach, denk jij
de twilight zone heeft ook wel iets
Je gaat liggen, sluit je ogen  

morgen post je wel
een filmpje van een regendans. 

Als kind stond ik liever aan de zijlijn 
begreep de regels van het schoolplein niet
waarom je iemand zou laten struikelen
voor de grap, dat je altijd overal de eerste
moet willen zijn en dat je snoep beloven mag
zonder het te geven

ik wilde wel, maar wist niet hoe
de speelplaats was een carrousel
mijn paard op hol geslagen

Maar in mijn boeken kon ik leven
in bed, onder mijn ganzenhoedsterdeken,
werd ik een sleutelkind, een roversdochter,
liet ik krijtjes schrijven met mijn ogen
was ik de onbetwiste leider van een babysittersclub

ergens op de weg naar puberteit
heb ik het speelveld toch betreden
in een harnas van papier maché
zet ik elke dag behoedzaam mijn pion

nu de boeken in mij leven
vind ik vrienden onder mensen die
wedstrijdjes doen in zwembadpas.